Er sterven meer mensen door blootstelling aan toxische gassen dan door explosies als gevolg van de ontsteking van ontvlambare gassen.(Hierbij dient te worden opgemerkt dat een grote groep gassen ontvlambaar en toxisch zijn, zodat ook melders voor toxische gassen soms moeten zijn goedgekeurd voor gebruik in gevaarlijke zones).De belangrijkste reden voor de afzonderlijke behandeling van ontvlambare en toxische gassen is dat de gevaren, de toepasselijke regelgeving en het vereiste type sensoren verschillend zijn.

De belangrijkste bekommernis bij toxische stoffen, (naast de voor de hand liggende milieuproblemen), is het effect op arbeiders van blootstelling aan zelfs bijzonder lage concentraties die kunnen worden ingeademd, ingeslikt of geabsorbeerd door de huid.Vermits de nadelige effecten dikwijls het gevolg zijn van opeenvolgende blootstellingen op lange termijn is het niet alleen belangrijk om de gasconcentratie te meten, maar ook de totale blootstellingstijd.Men heeft zelfs weet van een aantal synergetische gevallen, waarbij stoffen onderling met elkaar kunnen reageren en samen nog zwaardere effecten kunnen produceren dan het afzonderlijke effect van elke stof afzonderlijk.

De zorgen over de concentraties van toxische stoffen op de werkplaats heeft betrekking op de organische en de anorganische verbindingen en op het effect dat deze kunnen hebben op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, de mogelijke besmetting van het geproduceerde eindproduct (of het gereedschap dat voor de productie werd gebruikt) en ook de daaruit voortvloeiende onderbreking van de normale werkactiviteiten.

De term 'grenzen voor beroepsmatige blootstelling' of 'bewaking van beroepsrisico's' wordt algemeen gebruikt voor het gebied van de bewaking van de arbeidshygiëne gerelateerd aan de blootstelling van werknemers aan risicovolle omstandigheden van gassen, stof, lawaai, enz.Met andere woorden, het doel is te garanderen dat niveaus op de werkplek onder de statutaire grenzen liggen.

Dit onderwerp behandelt zowel het onderzoek (het bepalen van de potentiële blootstelling) als de persoonlijke bewaking. De instrumenten worden door de medewerker gedragen en de monstername wordt zo dicht mogelijk bij de ademingszone uitgevoerd.Dit garandeert dat het gemeten besmettingsniveau echt representatief is voor het niveau dat door de arbeider werd ingeademd.

Hierbij moet worden beklemtoond dat zowel de persoonlijke bewaking als de bewaking van de werkplaats even belangrijk zijn voor het totale, geïntegreerde veiligheidsplan.Ze zijn alleen bedoeld om de nodige informatie te leveren over de omstandigheden zoals deze in de atmosfeer bestaan.Vervolgens kan de nodige actie worden uitgevoerd om te voldoen aan de relevante industriële regels en veiligheidsvoorwaarden.

Ongeacht de gekozen methode moet de graad van toxiciteit van het betreffende gas in acht worden genomen.Een instrument dat bijvoorbeeld alleen gemiddelden meet in de tijd, of een instrument dat een staal neemt voor daaropvolgende laboratoriumanalyses, beschermt een arbeider niet tegen een kortdurende blootstelling aan een dodelijke dosis van een hoogtoxische stof.Anderzijds kan het best normaal zijn dat gemiddelde blootstellingsniveaus op de lange termijn (LTEL) in bepaalde delen van de fabriek kort worden overschreden en dat deze niet moeten worden vermeld als alarmtoestand.Daarom moet een optimaal meetsysteem in staat zijn om zowel blootstellingen op korte termijn als op lage termijn te bewaken en om onmiddellijk te reageren op alarmpeilen.