Efficient Placement of Sensors - Honeywell Analytics 'Hoeveel detectoren heb ik nodig?' en 'waar moet ik ze plaatsen?' zijn twee van de meestgestelde vragen met betrekking tot gasdetectiesystemen. Waarschijnlijk zijn het ook de moeilijkste om te beantwoorden.In tegenstelling tot andere soorten veiligheidsgerelateerde melders zoals rookmelders, is de locatie en de vereiste hoeveelheid melders in de verschillende toepassingen niet duidelijk vastgelegd.

Er bestaan veel richtlijnen in de vorm van normen, zoals EN 60079-29-2 en andere voor het selecteren, installeren, gebruiken en onderhouden van apparatuur voor de detectie en meting van brandbare gassen of zuurstof. Gelijkaardige internationale praktijkgidsen, bijv. National Electrical Code (NEC) of Canadian Electrical Code (CEC) kunnen worden gebruikt. Bovendien publiceren bepaalde regelgevende organen specificaties met de minimale gasdetectievereisten voor specifieke toepassingen. 


Deze referenties zijn handig, maar vaak zeer generisch en bijgevolg te algemeen, of te specifiek op een toepassing gericht en bijgevolg niet relevant voor de meeste andere toepassingen.Voor de plaatsing van de melders volgt u het advies van experts die gespecialiseerd zijn in gasverspreiding, in combinatie met kennis van proces-/apparatuurtechnici en veiligheidspersoneel. De overeenstemming die werd bereikt over de plaatsing van de melders, moet ook worden vastgelegd.


De melders moeten worden gemonteerd op een plaats waar de meeste kans bestaat dat er gas aanwezig is. De plaatsen die het meest moeten worden beschermd op een industriebedrijf, zijn de plaatsen rond gasboilers, compressoren, opslagtanks onder druk, buizen of pijpleidingen. Gebieden waar de kans op lekkage het grootst is, zijn ventielen, peilstokken, flenzen, T-stukken, vul- of afvoeraansluitingen, enz.

Er zijn een aantal eenvoudige en vaak voor de hand liggende overwegingen die helpen om de plaats van de detector te bepalen:

  • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht (bijv.methaan en ammoniak) moeten melders hoog worden geplaatst en gebruikt u bij voorkeur een verzamelkegel
  • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht (bijv.butaan en zwaveldioxide) moeten melders laag worden gemonteerd
  • Bedenk hoe ontsnappend gas zich gedraagt bij natuurlijke of gedwongen luchtstromen. Monteer de melders in luchtkokers waar nodig
  • Bij het plaatsen van melders dient u rekening te houden met eventuele beschadiging door weersinvloeden, bijv. regen of overstroming. Voor melders die buiten worden gemonteerd, gebruikt u bij voorkeur de weerbeschermingskit
  • Gebruik een zonnescherm als u een detector in een warme streek plaatst en als u hem rechtstreeks in de zon plaatst
  • Denk aan de verwerkingsomstandigheden. Butaan en ammoniak zijn normaal gezien zwaarder dan lucht, maar als ze vrijkomen in een proces met hoge temperaturen en/of onder druk, kan het gas stijgen in plaats van zakken
  • Melders moeten op enige afstand van hogedrukonderdelen worden geplaatst, zodat gaswolken kunnen worden gevormd. Anders kan lekkend gas gemakkelijk voorbijkomen in een snelle straal zonder te worden gedetecteerd
  • Zorg dat de detector gemakkelijk toegankelijk is voor functietests en service
  • Detectoren moeten op de aangegeven plaats worden geïnstalleerd met de detector naar beneden. Zo zorgt u ervoor dat er zich geen stof of water op de voorzijde van de sensor ophoopt en dat het gas niet in de detector kan komen
  • Wanneer u open pad infraroodtoestellen plaatst, is het belangrijk na te gaan of de infraroodbundel niet blijvend wordt verduisterd of versperd. Korte obstructie door voertuigen, personeel, vogels, enz. kunnen worden ingecalculeerd
  • Zorg ervoor dat de structuren waarop de open-pad-toestellen worden gemonteerd stevig zijn en ongevoelig voor trillingen