Snelle links - Use to display links on your web page that can be grouped and styled and can be organized by dragging and dropping  Snelle links

Gevaren van gas 


- Gevaren van brandbare gassen
- Explosiegrens
- Eigenschappen van brandbare gassen
- Gegevens over brandbare gassen
- Gevaren van toxische gassen
- Hygiënemonitoring
- Blootstellingsgrenzen voor toxische stoffen gassen
- Gegevens over toxische gassen
- Gevaar van gassen die verstikking teweegbrengen (zuurstoftekort)
-
Zuurstofverrijking
- Ruimtes waar doorgaans gasdetectie nodig is


Gassen omvatten drie belangrijke soorten gevaren:

Brandbare gassen
Brand- en of explosiegevaar, bijv. methaan, butaan, propaan

Giftige gassen
Gevaar voor vergiftiging, bijv. koolmonoxide, koolstofdioxide, chloor

Verstikking
erstikkingsgevaar, bijv. Zuurstoftekort. De zuurstof kan opgebruikt zijn of vervangen door een ander gas.

Gevaren van brandbare gassen
Verbranding is een tamelijk eenvoudige chemische reactie waarbij zuurstof snel met een andere substantie wordt vermengd waardoor energie vrijkomt. Deze energie verschijnt gewoonlijk in de vorm van warmte - soms in de vorm van vlammen. De ontbrandende stof is meestal, maar niet altijd, een koolwaterstofverbinding en kan vast, vloeibaar, damp of gas zijn. In deze publicatie worden echter uitsluitend de gassen en dampen besproken.

(NB: De termen ‘brandbaar’, ‘explosief’ en ‘ontvlambaar’ zijn onderling verwisselbaar in deze publicatie.)

Het verbrandingsproces kan worden voorgesteld door de goed bekende Verbrandingsdriehoek.

Er zijn altijd drie elementen nodig om een verbranding te doen ontstaan:

1. Een ontstekingsbron
2. Zuurstof
3. Een brandstof onder gas- of dampvorm

In een brandbeschermingssysteem is het bijgevolg altijd de bedoeling om minstens één van deze drie potentieel gevaarlijke factoren te verwijderen.

(Bovenkant)

Explosiegrens
Er is slechts een beperkt bereik gas-/luchtconcentraties dat een brandbaar mengsel zal opleveren. Dit bereik is specifiek voor elk gas en elke damp en wordt beperkt door een bovengrens, de bovenste explosiegrens (of de UEL - Upper Explosive Limit) en een ondergrens, de onderste explosiegrens (LEL - Lower Explosive Limit).

Bij niveaus onder de LEL is er onvoldoende gas om een explosie te produceren (het mengsel is te ‘arm’). Boven de UEL heeft het mengsel dan weer onvoldoende zuurstof (het mengsel is te ‘rijk’). De brandbare zone voor elk gas of gasmengsel ligt bijgevolg tussen de grenzen van de LEL en de UEL. Buiten deze grenzen kan het mengsel onmogelijk verbranden. De gegevens van brandbare gassen in paragraaf 2.4 geven de grenswaarden aan van een aantal beterbekende brandbare gassen en samengestelde gassen. Deze gegevens gelden voor gassen en dampen bij normale druk- en temperatuurvoorwaarden. Bij een verhoging in druk, temperatuur of zuurstofgehalte wordt deze brandbare zone meestal breder.

In een gemiddelde industriële fabriek, waar normaal geen gassen in de omgeving kunnen lekken, is er in het ergste geval slechts een zeer laag gasniveau op de achtergrond aanwezig. Daarom is de detectie en een vroegwaarschuwingssysteem alleen vereist voor de detectie van niveaus van nul procent gas tot de onderste explosiegrens. Tegen de tijd dat deze concentratie is bereikt, moeten de uitschakel- of de evacuatieprocedures in werking zijn gesteld. Dit gebeurt meestal bij een concentratie van minder dan 50 procent van de LEL-waarde, zodat een voldoende veiligheidsmarge wordt ingebouwd.

Men mag echter niet vergeten dat in besloten of in niet-geventileerde ruimtes soms een gasconcentratie aanwezig kan zijn die hoger is dan de UEL. Tijdens een inspectie moet bijgevolg bijzonder voorzichtig tewerk worden gegaan bij het openen van luiken of deuren. Door de instroom van buitenlucht kan het gas snel verdunnen tot een gevaarlijk, ontvlambaar mengsel.

(N.B. in deze tekst worden LEL (lower explosion level)/LEG (laagste explosiegrens) en UEL (upper explosion level) /HEG (hoogste explosiegrens) door elkaar gebruikt).

(Bovenkant)

Eigenschappen van brandbare gassen
Ontstekingstemperatuur
Brandbare gassen hebben eveneens een temperatuur waarbij ze spontaan ontvlammen, zonder dat er een externe ontstekingsbron zoals een vonk of een vlam aan te pas komt. Deze temperatuur wordt de ontstekingstemperatuur genoemd. Apparatuur gebruikt in een gevaarlijke zone mag geen oppervlaktetemperatuur hebben die hoger is dan de ontstekingstemperatuur. Daarom wordt de maximale oppervlaktetemperatuur of T-waarde op deze apparatuur vermeld.

Vlampunt (F.P. °C - flash point °C)
Het vlampunt van een brandbare vloeistof is de laagste temperatuur waarbij het vloeistofoppervlak voldoende damp afgeeft om door een kleine vlam te ontbranden. Verwar dit niet met de ontstekingstemperatuur, want er kan een groot verschil zijn tussen die twee termen:


Om een temperatuur in Celsius om te zetten in graden Fahrenheit:

Tf = ((9/5)*Tc)+32

Bijv.: om -20 graden Celsius om te zetten in graden Fahrenheit, vermenigvuldigt u eerst de temperatuur in Celsius met negen vijfde zodat u -36 krijgt. Tel daar vervolgens 32 bij op en u krijgt -4 °F.

Dampdichtheid
Helpt de plaats van de sensor te bepalen
De dichtheid van een gas / damp wordt vergeleken met lucht als de luchtdichtheid = 1,0
Dampdichtheid < 1,0 zal stijgen
Dampdichtheid > 1,0 zal dalen


(Bovenkant)

Gegevens over brandbare gassen
De gegevens kunnen veranderen naargelang het land en de datum; verwijs altijd naar plaatselijke, recente voorschriften.

Naslag: BS EN 61779-1:2000 Electrical apparatus for the detection and measurement of flammable gases-Part 1: General requirements and test methods.NIST Chemistry Web Book June 2005 release. Aldrich Handbook of Fine Chemicals and Laboratory Equipment 2003-2004.

(Bovenkant)

Gevaren van toxische gassen
Sommige gassen zijn giftig en kunnen zelfs bij een zeer lage concentratie levensgevaarlijk zijn. Bepaalde toxische gassen hebben een sterke geur zoals de opvallende ‘rotte eieren’-geur van H2S. De meest gebruikte meeteenheden voor de concentratie van toxische gassen zijn parts per million (ppm - aantal deeltjes per miljoen) en parts per billion (ppb - aantal deeltjes per miljard). 1 ppm is bijvoorbeeld het equivalent van een kamer gevuld met 1 miljoen ballen waarvan 1 bal rood is. De rode bal vertegenwoordigt dan 1 ppm.


Er sterven meer mensen door blootstelling aan toxische gassen dan door explosies veroorzaakt door de ontsteking van brandbare gassen. (Hierbij dient te worden opgemerkt dat een grote groep gassen ontvlambaar en toxisch zijn, zodat ook detectoren voor toxische gassen soms moeten zijn goedgekeurd voor gebruik in gevaarlijke zones). De belangrijkste reden voor de afzonderlijke behandeling van brandbare en toxische gassen is dat de gevaren, de toepasselijke regelgeving en het vereiste type sensoren verschillend zijn.

De belangrijkste bekommernis bij toxische stoffen, (naast de voor de hand liggende milieuproblemen), is het effect op arbeiders van blootstelling aan zelfs bijzonder lage concentraties die kunnen worden ingeademend, ingeslikt of geabsorbeerd door de huid. Vermits de nadelige effecten dikwijls het gevolg zijn van opeenvolgende blootstellingen op lange termijn is het niet alleen belangrijk om de gasconcentratie te meten, maar ook de totale blootstellingstijd. Men heeft zelfs weet van een aantal synergetische gevallen, waarbij stoffen onderling met elkaar kunnen reageren en samen nog zwaardere effecten kunnen produceren dan het afzonderlijke effect van elke stof afzonderlijk.

De bekommernis over de concentraties van toxische stoffen op de werkplaats heeft betrekking op de organische en de anorganische componenten en op het effect dat ze kunnen hebben op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, de mogelijke besmetting van het geproduceerde eindproduct (of het gereedschap dat voor de productie werd gebruikt) en ook de daaruit voortvloeiende onderbreking van de normale werkactiviteiten.

(Bovenkant)

Hygiënemonitoring
De term ‘hygiëne monitoring’ wordt meestal gebruikt voor het volledige gamma van de industriële gezondheidsbewaking gekoppeld aan de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke toestanden van gassen, stof, lawaai, enz. Met andere woorden, het is de bedoeling ervoor te zorgen dat de niveaus op de werkplaats onder de wettelijk toegelaten grenzen blijven.

Dit onderwerp behandelt zowel het onderzoek (het bepalen van de potentiële blootstelling) als de persoonlijke bewaking. De instrumenten worden door de arbeider gedragen en de staalname wordt zo dicht mogelijk bij de ademingszone uitgevoerd. Dit garandeert dat het gemeten besmettingsniveau echt representatief is voor het niveau dat door de arbeider werd ingeademd.

Hierbij moet worden beklemtoond dat zowel de persoonlijke bewaking als de bewaking van de werkplaats even belangrijk zijn voor het totale, geïntegreerde veiligheidsplan. Ze zijn alleen bedoeld om de nodige informatie te leveren over de omstandigheden zoals deze in de atmosfeer bestaan. Vervolgens kan de nodige actie worden uitgevoerd om te voldoen aan de relevante industriële regels en veiligheidsvoorwaarden.

Ongeacht de gekozen methode, moet de graad van toxiciteit van het betreffende gas in acht worden genomen. Een instrument dat bijvoorbeeld alleen gemiddelden meet in de tijd, of een instrument dat een staal neemt voor daaropvolgende laboratoriumanalyses, beschermt een arbeider niet tegen een kortdurende blootstelling aan een dodelijke dosis van een hoogtoxische stof. Anderzijds kan het best normaal zijn dat gemiddelde langetermijnniveaus (LTEL) in bepaalde delen van de fabriek kort worden overschreden en dat deze niet moeten worden vermeld als alarmtoestand. Daarom moet een optimaal meetsysteem in staat zijn om zowel blootstellingen op korte termijn als op lage termijn te bewaken en om onmiddellijk te reageren op alarmpeilen.

(Bovenkant)

Blootstellingsgrenzen voor toxische stoffen gassen
Europese grenswaarden voor arbeidshygiënische blootstelling
De occupational Exposure Limit values (OEL’s - grenswaarden voor professionele blootstelling) zijn bepaald door bevoegde nationale overheden of andere relevante nationale instellingen en leggen de grenzen vast van de concentraties van gevaarlijke stoffen in de lucht op de werkplaats. OEL’s voor gevaarlijke stoffen zijn een belangrijk middel voor de risico-evaluatie en het risicobeheer en bieden belangrijke informatie voor de professionele veiligheid en gezondheid bij activiteiten met gevaarlijke stoffen.

De grenswaarden voor arbeidshygiënische blootstelling kunnen van toepassing zijn op commerciële producten maar ook op afvalproducten ten gevolge van het productieproces. De grenzen beschermen arbeiders tegen gezondheidseffecten, maar doen geen uitspraak over veiligheidsproblemen zoals een ontploffingsgevaar. Vermits grenzen regelmatig wijzigen en per land erg kunnen verschillen, moet u uw nationale overheid raadplegen om er zeker van te zijn te beschikken over de nieuwste informatie.

In het VK vallen de grenzen voor arbeidshygiënische blootstelling onder de bevoegdheid van de Control of Substances Hazardous to Health (COSHH). De COSHH-regels bepalen dat de werkgever ervoor moet zorgen dat de blootstelling van de werknemer aan voor de gezondheid gevaarlijke producten moet worden vermeden of, indien dit praktisch niet haalbaar is, grondig moet worden gecontroleerd. Sedert 6 april 2005 werd een nieuw, eenvoudiger systeem geïntroduceerd. De bestaande verplichtingen om te handelen als een goede huisvader werden samengebracht in acht principes in de aangepaste wetgeving betreffende Control of Substances Hazardous to Health 2004.

Maximum Exposure Limits (MEL’s - maximale blootstellingsgrenzen) and Occupational Exposure Standards (OES’s - normen voor professionele blootstelling) werden vervangen door een enkele grens - de Workplace Exposure Limit (WEL - blootstellingsgrens op de werkplek). Alle MEL’s en de meeste OES’s worden momenteel omgezet in WEL’s voor het nieuwe systeem en zullen hun oude numerieke waarden behouden. De OES’s voor ongeveer 100 stoffen werden verwijderd vermits deze stoffen nu volledig zijn uitgebannen, nog zeer zelden worden gebruikt of dat er reden is om aan te nemen dat er al negatieve gezondheidseffecten zijn dicht bij de oude grenswaarde. Deze lijst van blootstellingsgrenzen staat bekend als EH40-lijst en is verkrijgbaar bij de Health and Safety Executive van het VK. Alle wettelijk verplichte WEL’s in het VK gelden voor luchtgrenswaarden. De maximaal toegelaten of aanvaarde concentratie varieert van stof tot stof afhankelijk van de toxiciteit. De blootstellingstijden gelden voor een gemiddelde van acht uur (8-hour TWA) en voor 15 minuten (kortetermijnblootstellingsgrens STEL). Voor sommige stoffen wordt zelfs een korte blootstelling zo kritisch beschouwd dat hiervoor alleen een STEL is voorzien, die zelfs voor een kortere tijd niet mag worden overschreden. Het vermogen om door huid te dringen wordt in de WEL-lijst aangeduid met de melding “Skin” (huid). Kankerverwekkend, reproductietoxiciteit, irritatie en potentiële gevoeligheid worden bekeken bij de voorbereiding van een voorstel voor een OEL overeenkomstig de wetenschappelijke kennis van vandaag.



Arbeidshygiënische blootstellingsgrenzen in de VS
In de Verenigde Staten verschillen de professionele veiligheidssystemen van staat tot staat. Hieronder geven we u de 3 belangrijkste leveranciers van arbeidshygiënische blootstellingsgrenzen in de Verenigde Staten - ACGIH, OSHA, en NIOSH.

De American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH) publiceert Maximum Allowable Concentrations (MAC - maximaal toegelaten concentraties), die later werden hernoemd tot “Threshold Limit Values” (TLV’s - drempelgrenswaarden).

Threshold Limit Values worden gedefinieerd als een blootstellingsgrens “waarvan wordt aangenomen dat zowat alle arbeiders er dag na dag, heel hun carrière kunnen aan worden blootgesteld zonder er ziek van te worden”. De ACGIH is een beroepsorganisatie van professionele hygiëne-experts uit universiteiten en overheidsdiensten. Professionele hygiëne-experts uit de particuliere sector kunnen eveneens lid worden van de organisatie. Een keer per jaar stellen enkele comités nieuwe drempelgrenswaarden voor of worden nieuwe praktijkgidsen op de markt gebracht. De lijst met TLV’s omvatten meer dan 700 chemische stoffen en fysische agentia en tientallen Biological Exposure Indices (biologische blootstellingsindices) voor geselecteerde chemicaliën.

Het ACGIH definieert de verschillende TLV-types als:

Threshold Limit Value – Time-Weighted Average (TLV -TWA (tijd-gewogen gemiddelde)): het tijd-gewogen gemiddelde is de gemiddelde concentratie voor een normale werkdag van 8 uur en een normale werkweek van 40 uur, waaraan de meeste werklieden dag na dag zonder negatieve effecten herhaaldelijk mogen worden blootgesteld.

Threshold Limit Value – Short-Term Exposure Limit (TLV-STEL (kortetermijnblootstellingsgrens)): de concentratie waarvan wordt verondersteld dat arbeiders er continu voor een korte periode kunnen aan worden blootgesteld zonder last te krijgen van irritatie, chronische of onomkeerbare weefselbeschadiging of narcose. STEL wordt gedefinieerd als een 15 minuten durende TWA-blootstelling die op geen enkel moment tijdens de werkdag mag worden overschreden.

Threshold Limit Value - Ceiling (TLV-C (plafond)): de concentratie die nooit mag worden overschreden gedurende om het even welk moment van de professionele blootstelling.

Er bestaat een algemene uitwijkingsaanbeveling die van toepassing is op alle TLV-TWA’s die geen STEL hebben. De uitwijkingen in blootstellingsniveaus van arbeiders mogen 3 keer de TLV-TWA overschrijden voor een totaal van maximaal 30 minuten per werkdag. Onder geen enkele omstandigheid mogen ze 5 keer de TLV-TWA overschrijden op voorwaarde dat de TLV-TWA niet wordt overschreden.

De TLV’s van ACGIH hebben in de VS geen kracht van wet, het zijn slechts aanbevelingen. De wettelijke grenzen worden bepaald door de OSHA. De ACGIH-TLV’s en de bijbehorende criteriumdocumenten vormen in de VSA en in andere landen echter dikwijls de basis om TLV’s in te stellen. De blootstellingsgrenzen van het ACGIH zijn in vele gevallen meer beschermend dan die van de OSHA. Heel wat Amerikaanse bedrijven gebruiken de huidige ACGIH-niveaus of andere interne en beter beschermende grenzen.

The Occupational Safety and Health Administration (OSHA - administratie voor arbeidsveiligheid en -gezondheid) van het U.S. Department of Labor (Amerikaans ministerie voor arbeid) publiceert Permissible Exposure Limits (PEL - toegelaten blootstellingsgrenzen). PEL’s zijn wettelijke grenzen voor de hoeveelheid of de concentratie van een bepaalde stof in de lucht en ze hebben kracht van wet. De oorspronkelijke grenzen dateren van 1971 en waren gebaseerd op de TLV’s van het ACGIH. Het OSHA heeft momenteel ongeveer 500 PEL’s voor verschillende vormen van ongeveer 300 chemische stoffen die het meest worden gebruikt in de industrie. De bestaande PEL’s zijn opgenomen in een document met de naam “29 CFR 1910.1000”, de norm voor luchtverontreinigers. Het OSHA gebruikt de volgende types van OEL’s op gelijkaardige wijze als de ACGIH: TWA’s, Action Levels (actiepeil), Ceiling Limits (plafonds), STEL’s, Excursion Limits (uitwijkingsgrenzen) en in sommige gevallen Biological Exposure Indices (BEI’s - biologische blootstellingsindices).

Het National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH) is statutair verantwoordelijk voor de aanbeveling van blootstellingsniveaus ter bescherming van arbeiders. NIOSH heeft Recommended Exposure Levels (REL’s, aanbevolen blootstellingsniveaus) bepaald voor ongeveer 700 gevaarlijke stoffen. Deze beperkingen hebben geen rechtskracht. NIOSH beveelt zijn beperkingen via basisdocumenten aan aan OSHA (Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk) en andere instellingen die OEL’s (occupational exposure limits of arbeidshygiënische blootstellingsgrenzen) vastleggen. De verschillende soorten REL’s zijn TWA (tijdgewogen gemiddelde grenswaarde), STEL (grens voor kortdurende blootstelling), Ceiling (plafond) en BEI’s (biologische blootstellingsindices). De aanbevelingen en criteria worden in verschillende soorten documenten gepubliceerd, zoals Current Intelligent Bulletins (CIB, waarschuwingen, beoordelingen voor bijzondere risico’s, beroepsrisicobeoordelingen en technische richtlijnen.

(Bovenkant)

Gegevens over toxische gassen
De onderstaande toxische gassen kunnen worden gedetecteerd met apparatuur van Honeywell Analytics. De gegevens over de gassen zijn gegeven als ze gekend zijn.

Neem, tijdens de productontwikkeling, contact op met Honeywell Analytics als het gas dat u nodig hebt niet in de lijst is opgenomen.

De gegevens kunnen veranderen naargelang het land en de datum; verwijs altijd naar plaatselijke, recente voorschriften.

Ref.: EH40/2005 Workplace exposure limits, OSHA Standard 29 CFR 1910.1000 tabel Z-1 en Z-2 en ACGIH Threshold Limit Valves and Biological Exposure Indices Book 2005.

(Bovenkant)

Gevaar van gassen die verstikking teweegbrengen (zuurstoftekort)
We moeten allemaal zuurstof (O2) uit de lucht inademen om te kunnen overleven. Lucht bestaat uit verschillende gassen, waaronder zuurstof. Normale omgevingslucht heeft een zuurstofconcentratie van 20,9 % v/v. Indien het zuurstofpeil onder de 19,5 % v/v zakt wordt gezegd dat de lucht arm is aan zuurstof. Een zuurstofconcentratie onder 16 % v/v wordt als gevaarlijk beschouwd voor de mens.

 

Een tekort aan zuurstof kan het gevolg zijn van:
• verdringing
• verbranding
• oxidatie
• een chemische reactie

(Bovenkant)

Zuurstofverrijking
Dikwijls wordt vergeten dat een te rijk zuurstofmengsel ook gevaarlijk is. Bij hogere O2 -waarden verhoogt de ontvlambaarheid van materialen en gassen. Bij een zuurstofpeil van 24 % kan kleding bijvoorbeeld spontaan gaan branden.

Een oxyacetyleen lasinstallatie combineert zuurstof en acetyleengas om een uitzonderlijk hoge temperatuur te produceren. Andere plaatsen waarbij gevaar kan ontstaan door een zuurstof-verrijkte atmosfeer zijn productie- of opslagruimtes voor raketaandrijvingssystemen, producten die worden gebruikt voor het bleken in de papier- en de papierpulpindustrie en in waterzuiveringsinstallaties.

Sensoren moeten speciaal worden goedgekeurd voor gebruik in O2 verrijkte atmosferen.

(Bovenkant)

Ruimtes waar doorgaans gasdetectie nodig is
Er zijn verschillende toepassingen om brandbaar, toxisch en zuurstofgas te detecteren. Industriële processen impliceren steeds vaker het gebruik en de vervaardiging van zeer gevaarlijke stoffen, vooral toxische en brandbare gassen. Het is niet te vermijden dat er soms gas ontsnapt, wat een potentieel gevaar kan opleveren voor het bedrijf, zijn werknemers en de mensen die in de buurt wonen. Incidenten overal ter wereld die verstikking, explosies en dodelijke slachtoffers met zich meebrengen, herinneren voortdurend aan dit probleem.

In de meeste industrieën worden waarschuwingsapparaten zoals gasdetectoren gebruikt als een van de belangrijkste onderdelen van het veiligheidsplan om de gevaren voor personeel en bedrijf te verminderen. Deze kunnen helpen om meer tijd te bieden om herstellings- of beschermingsmaatregelen te nemen. Ze kunnen ook worden gebruikt als onderdeel van een volledig geïntegreerd controle- en veiligheidssysteem van een bedrijf.

Olie & Gas
De olie- en gasindustrie omvat een hele reeks activiteiten gaande van de on- en offshore exploratie en productie van olie en gas tot het transport, de opslag en de raffinage. Een grote hoeveelheid licht brandbare koolwaterstofgassen vertegenwoordigen een ernstig explosiegevaar. Bovendien zijn er ook dikwijls toxische gassen aanwezig zoals waterstofsulfide.

Typische toepassingen:
• booruitrustingen voor exploratie
• productieplatforms
• onshore olie- en gasterminals
• Raffinaderijen

Typische gassen:
Ontvlambaar: koolwaterstoffen
Toxisch: waterstofsulfide, koolmonoxide

Productie van halfgeleiders
Bij de productie van halfgeleidermateriaal worden erg toxische stoffen en brandbare gassen gebruikt. Fosfor, arseen, borium en gallium worden veel gebruikt als doopstof. Waterstof wordt gebruikt als reageermiddel en als een draaggas om de atmosfeer te reduceren. Ets- en schoonmaakgassen omvatten NF3 en andere perfluorgassen.

Typische toepassingen:
• wafer-reactor
• wafer-drogers
• gashouders
• chemische dampafzetting

Typische gassen:
Ontvlambaar: Ontvlambaar: waterstof, isopropylalcohol, methaan
Toxisch: HCl, AsH3, BCl3, PH3, CO, HF, O3, H2Cl2Si, TEOS, C4F6, C5F8, GeH4, NH3, NO2 en O2 tekort.Pyrofoor: silaan

Chemische fabrieken
Chemische fabrieken zijn waarschijnlijk een van de grootste gebruikers van gasdetectiesystemen. Ze gebruiken dikwijls een breed gamma van zowel brandbare als toxische gassen in hun productieproces of maken deze aan als bijproduct.

Typische toepassingen:
• opslag van grondstoffen
• productiezones
• laboratoria
• pompinstallaties
• compressoren
• laad- en loskades

Typische gassen:
Ontvlambaar: algemene koolwaterstoffen
Toxisch: allerhande soorten waaronder waterstofsulfide, waterstoffluoride en ammoniak

Energiecentrales
Traditioneel werden kolen en olie gebruikt als belangrijkste brandstof voor energiecentrales.

In Europa en de VS worden de meeste centrales omgebouwd tot aardgascentrales.

Typische toepassingen:
• rond de ketelleidingen en de branders
• in en rond de turbines
• in kolensilo’s en transportbanden in oudere kool/oliecentrales

Typische gassen:
Ontvlambaar: aardgas, waterstof
Toxisch: koolmonoxide, SOx, NOx en zuurstof tekort Waterzuiveringsinstallaties

Bevinden zich dikwijls in de buurt van steden en dorpen
Riolen doen op natuurlijke wijze methaan en H2S ontstaan. De geur van ‘rotte eieren’ van H2S kan dikwijls met de neus worden gedetecteerd bij een concentratie van minder dan 0,1 ppm.

Typische toepassingen:
• vergistingsinstallaties
• bezinkputten
• H2S-gaswassers
• pompen

Typische gassen:
Ontvlambaar: methaan, solventdampen
Toxisch: waterstofsulfide, kooldioxide, chloorgas, zwaveldioxide, ozon.

Ketelhuizen
Ketelhuizen bestaan in alle vormen en groottes. Kleine gebouwen hebben een ketel terwijl grotere gebouwen dikwijls grote ketelhuizen hebben met verschillende grote ketels.

Typische toepassingen:
• lekkage van brandbare gassen uit de gasaanvoerleiding
• lekkage van de ketel en de omliggende gasleidingen
• slecht onderhouden ketels geven dikwijls koolmonoxide af

Typische gassen:
Ontvlambaar: methaan
Toxisch: koolmonoxide

Ziekenhuizen
In ziekenhuizen kunnen verschillende brandbare en toxische stoffen worden gebruikt, vooral in de laboratoria. Bovendien kunnen er ter plaatse zeer uitgebreide voorraden zijn en beschikken ze dikwijls over noodaggregaten.

Typische toepassingen:
• laboratoria
• koelcellen
• ketelhuizen

Typische gassen:
Ontvlambaar: methaan, waterstof
Toxisch: koolmonoxide, chloorgas, ammoniak, ethyleenoxide en zuurstoftekort

Tunnels parkeergarages
Autotunnels en gesloten parkeergarages moeten worden gecontroleerd op toxische gassen afkomstig uit uitlaatgassen. Moderne tunnels en parkeergarages gebruiken deze bewaking om de ventilatoren te sturen. In tunnels moet de concentratie van aardgas eveneens worden gecontroleerd.

Typische toepassingen:
• autotunnels
• ondergrondse en gesloten parkeergarages
• toegangstunnels
• de sturing van ventilatoren

Typische gassen:
Ontvlambaar: methaan (aardgas), LPG, LNG, petroleumdampen.
Toxisch: koolmonoxide, stikstofdioxide

(Bovenkant)

 Zoeken
 Documenten downloaden

 Gas Detection Explained

 Honeywell Bedrijf